Proeven op dieren worden drastisch verminderd
Nieuwe cijfers tonen een forse daling van dierproeven in Vlaanderen.
Coverfoto : Minister Weyts bij het dierenasiel in Ninove
In 2024 werden in Vlaanderen 211.386 dierproeven uitgevoerd: een daling van 30.000 of -12% tegenover het jaar daarvoor en het laagste aantal in 10 jaar. Ook proeven met de grootste impact op dieren is gedaald. Al jaren voert Vlaams Dierenminister Ben Weyts beleid om het aantal dierproeven te beperken en hij blijft de regels verder aanscherpen. Vanaf dit jaar worden de voorwaarden verstrengd, wordt het gebruik van resusapen aan banden gelegd en moet je voortaan een financiële bijdrage betalen om erkend te worden als fokker of leverancier van proefdieren. De opbrengsten van deze financiële bijdragen vloeien naar het Vlaams Dierenwelzijnsfonds, dat investeert in alternatieven voor dierproeven. “Vlaanderen speelt inzake dierproefbeleid een voortrekkersrol binnen Europa”, zegt Weyts. “Eigenlijk is het simpel: waar er een alternatief bestaat, daar moeten we het alternatief gebruiken. Waar nog geen alternatief bestaat, daar moeten we een alternatief uitvinden. We verzamelen alle beschikbare methoden op ons RE-Place-platform, zodat wetenschappers makkelijk toegang hebben tot alle dierproefvrije alternatieven”.
Noodzakelijk kwaad.
Spijtig genoeg zijn dierproeven in veel gevallen een noodzakelijk kwaad: “noodzakelijk” omdat een dierproef kan passen in bijvoorbeeld kankeronderzoek en er soms echt nog geen alternatief bestaat, maar ook een “kwaad” omdat dieren er onder lijden en er soms zelfs voor moeten sterven. Vlaams Dierenminister Ben Weyts werkt samen met de sector om het aantal dierproeven te beperken tot de gevallen waarin er echt geen alternatief bestaat. Onderzoekers kunnen bijvoorbeeld in toenemende mate gebruik maken van cellen, weefsels of zelfs computermodellen. “Zo kunnen we wetenschappelijke vooruitgang blijven boeken, zonder dat er steeds opnieuw en steeds meer dierproeven nodig zijn”, zegt Weyts.
12% minder dierenproeven.
De inspanningen werpen vruchten af, nieuwe cijfers tonen dat aan. Het aantal dierproeven in Vlaanderen is in 2024 gedaald naar in totaal nog 211.386 uitgevoerde proeven: het laagste aantal in 10 jaar en 29.447 of -12% minder proeven dan het jaar voordien. Er was overigens in 2023 ook al een daling van -10%. In 2024 ging het vooral om muizen (6 op de 10) en kippen (2 op de 10). Bij bijna de helft van de proeven gaat het om "lichte" proeven en een derde zijn "matige" proeven. Ernstige proeven vormen 14,5% van het totaal en deze hebben sterke invloed op het welzijn van de dieren. Het aandeel ernstige proeven is in 2024 wel gedaald met -18%. Ook de terminale behandelingen, waarbij het dier na verdoving niet meer bij bewustzijn komt, namen de afgelopen 5 jaar sterk af met -46%, tot nog 3.648 proeven. Meer dan 90% van alle dierproeven werd ingezet voor fundamenteel of praktijkgericht onderzoek naar bijvoorbeeld kanker, hart- en bloedaandoeningen en besmettelijke ziekten.
RE-place.
Om wetenschappers te stimuleren alternatieven voor dierenproeven te gebruiken en te ontwikkelen lanceerde dierenminister Weyts enkele jaren geleden het platform RE-Place om alle beschikbare dierproefvrije onderzoeksmethoden te verzamelen zodat veel onnodige proeven kunnen vermeden worden. Inmiddels sloot ook het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zich aan, en het Waalse Gewest volgt binnenkort. Vandaag bevat de databank reeds 334 alternatieve methoden, aangeleverd door 217 experts uit 35 organisaties. Het platform is wereldwijd vrij raadpleegbaar en trok in 2025 zo’n 49.000 bezoekers. Sinds de start in 2017 investeerde Vlaanderen ruim € 970.000 in het project. “RE-Place is cruciaal om doorbraken te forceren en zoveel mogelijk dierenproeven te vermijden”, zegt Weyts.
Strengere regels.
Om het aantal dierproeven in de komende jaren nog verder terug te dringen wil Vlaams Dierenminister de regels verder aanscherpen. Het gebruik van Java-apen, resusapen en andere niet-menselijke primaten – zoogdieren met sterk menselijke kenmerken – wordt voortaan sterk beperkt: in 2024 ging het nog om 36 proeven. Daarnaast worden de technische voorwaarden voor dierenproeven verder aangescherpt. Ook de opvolging van de dieren wordt strenger: iedereen die met de dieren in contact komt, moet geïnformeerd zijn over de mogelijke effecten van de medische testbehandeling, zodat sneller kan worden ingegrepen wanneer dieren ongewenste symptomen vertonen. Tot slot wordt voortaan een financiële bijdrage van 400 euro gevraagd om nog erkend te worden als gebruiker, fokker of leverancier van proefdieren: de opbrengsten gaan naar het Vlaams Dierenwelzijnsfonds, dat investeert in wetenschappelijk onderzoek naar alternatieven voor dierproeven.
Complex en genuanceerd verhaal.
“Dierproeven zijn soms nodig voor de gezondheid van zowel mens als dier”, zegt Weyts. “Maar als beschaafde samenleving hebben we de plicht om het aantal dierproeven zoveel mogelijk terug te dringen. Dat is een complex en genuanceerd verhaal, maar ik merk bij onderzoekers en andere gebruikers van proefdieren veel bereidheid om het aantal dierproeven verder te verminderen en de omstandigheden voor de proefdieren te verbeteren”.
Aantal dierenproeven per jaar:
Jaar Aantal dierenproeven
2014 280.339 2015 241.221 2016 245.758 2017 263.575 2018 262.479 2019 253.433 2020 220.609 2021 263.461 2022 264.931 2023 240.833 2024 211.386
Bron: Kabinet Weyts Bewerking: jvds
Redactie Morsum Magnificat Erik Verbeeck - hoofdredacteur - verantwoordelijke uitgever - Zilvererf 21/0.03, 9990 Maldegem
Artikel n°: 01-02-9120
Geplaatst : 13:23 1/02/2026
